De diagnose en risicofactoren voor sociale angststoornis

Sociale angststoornis of angstfobie is een stoornis die gepaard gaat met extreme angst voor sociale situaties. Het is een persoonlijkheidsstoornis waarvan men zelf tamelijk gemakkelijk de diagnose kan stellen, omdat de symptomen allemaal wijzen naar extreme angst wanneer men nieuwe of reeds ervaren sociale omstandigheden ontmoet, of zelfs vooraf een angstgevoel opwekken. Als een geneesheer deze klinische stoornis zal onderzoeken, zal hij eerst aan de patiënt zijn medische voorgeschiedenis vragen en daarna de cliënt aan een fysiek onderzoek onderwerpen.

We moeten wel verstaan dat er geen laboratorium onderzoeken zijn die kunnen helpen om de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis te stellen. Wat de dokter wel zal doen is een reeks testen uitvoeren om verschillende fysieke ziektes uit te sluiten. Eens dat de dokter alle fysieke gezondheidsproblemen heeft uitgesloten, zal hij zijn patiënt door verwijzen naar ofwel een psychiater ofwel een psycholoog. Alleen de psychiater is bevoegd om medicatie voor te schrijven als behandeling, daar waar de psycholoog zich vooral zal focussen op het aanleren van mechanismen die door de patiënt zelf gebezigd worden. De beide dokters zullen het interview en beoordelingspunten voor de evaluatie gebruiken om de intensiteit en de duur van de symptomen van de patiënt vast te stellen.

De evaluatie van deze stoornis ( in tegenstelling tot angstgevoelens in het algemeen, of andere gerelateerde persoonlijkheidsstoornissen) moet overeenkomen met de specifieke criteria zoals ze opgetekend staan in de diagnostische en statistische handleiding voor mentale stoornissen, die door de Nederlandse Psychiatric Association werd gepubliceerd.

Sociale fobie treft 8 miljoen Nederlanders, en het wordt dan ook beschouwd als een van de meeste voorkomende soorten stoornis. Het wordt vooral ontwikkeld tijdens de adolescentie, maar het kan ook voorkomen bij volwassenen of bij kinderen. Wat de risicofactoren betreft, zijn veel van deze criteria niet te controleren. De vrouwen zijn statistisch gezien vatbaarder om deze stoornis op te doen, dan mannen. Ook kan de genetica een rol spelen in het ontwikkelen van deze ziekte. Ook mensen die van nature uit eerder beschaamd zijn of een teruggetrokken temperament hebben vormen een groter risico om de stoornis te ontwikkelen. De enige factoren die gedeeltelijk controleerbaar zijn betreffen omgevingsfactoren ( zoals vijandige sociale situaties ) of negatieve ervaringen.           

Wilt u ook meer weten hoe u kunt omgaan met sociale angststoornis?

Kijk eens op de volgende website: https://www.depsycholoog.nl/utrecht, voor meer informatie omtrent onze aanbevolen psychologenpraktijk in Utrecht.

 

 

 

Meer info : bezoekt u de website